‘Tussen adem en stilte’


tussen adem en stilte

ik leg mijn hoofd in het kussen,
mijn voeten vinden hun einde,
de rest van mij
zweeft ertussen.

 

de dag lost langzaam op,
een glimlach
blijft nog even hangen…


het dekbed van de nacht
vouwt zich om mij heen…
mijn oude lijf,
mijn zwervende ziel.

 

ooit zal mijn adem
stilvallen in het donker.
noem het geen einde…
eerder een loslaten.

maar…
geen vuur…
geen aarde.


leg mij in een mand
op een groen stukje land
en laat mij lachen
aan een touwtje
van een knalrode feestballon,
drijvend voorbij
een diepblauwe zon.

 

Ik lig nog hier,
denk zacht aan jou
zoete stilte van de nacht,
verborgen avontuur
dat wacht
op een willekeurig uur.

 

In mijn sluimer
dwalen kinderen,
kleinkinderen,
als zachte lichtjes
ik leg hun namen
in de handen van het Al

 

welk licht mogen zij ontvangen
welke handen zullen
hen dragen
in een onzeker uur
zoals ik gedragen word
naar het nieuwe einde
van het oude begin

Antoon van Lanen 2026

Mijmeringen in de vroege nacht over leven, dood en nageslacht