‘De warmte geborgen’


De warmte geborgen

(voor mijn  schoonouders, die ons gezin met zoveel liefde hebben gedragen)

koud verstrengeld lagen zij…

breekbaar als glas,…
devoot neer…
de behaaglijkheid van gisteren

als een wollen jas
jouw warme stem

had geen longen meer

jouw stille hoofd was

zonder ogen
ik kuste een laatste wang

en borg jouw warmte op

klamme handen hingen uit mijn jas…

maar zwaaien kon ik niet

in deze handen…
veilig en vertrouwd…
voel ik nog altijd
hun zachte adem
van hartelijke eenvoud
onze kinderen werden gedragen
als een kwetsbaar, teer gewas

stevig aan elkaar gehecht

zo vaak ‘houdoe’

en ‘tot ziens’ gezegd

waar afscheid werkelijkheid wordt
blijft alleen de liefde

die wij verder dragen

koud verstrengeld lagen zij

breekbaar als glas…

voor altijd dragen deze handen

onze kinderen
als een teer gewas


'Ik kuste een laatste wang

en borg jouw warmte op.'
 
Antoon van Lanen 2026