‘Koningin van de plas’


Koningin van de plas
(Ode aan de fuut)

‘Zij zwemt niet…, maar zweeft gracieus’

 

zij…

de ballerina van het water…
de koningin van de plas
zij zwemt niet, maar…
zweeft gracieus
in een koninklijke jas

 

zij bezit geen sierlijkheid… 
zij is haar…
de godin van de bevalligheid…
haar leven: een waterballet,
een dans 
van pure élégance 


en als zij duikt
breekt het water…
onder haar pracht

zij ademt mijn 
betoverde blik
en passeert minzaam
met keizerlijke allure

 

zij is statig en van stand
zij is prachtig arrogant
met haar majesteitelijke bestaan
in grachten en kreken
laat zij in haar schaduw
de omgeving genadeloos verbleken 

 

‘In haar schaduw verbleekt de wereld’ 

 

Antoon van Lanen 2026