
daarachter
daarachter
vaalblauwe kasseien
rusten koud en kil.
boven de gesloten deur
nietsnutten haar klokken
stram en stil
ik hoor hun gezang
langs gevels glijden,
over velden verwaaien
daarachter
vind ik mezelf
in de schemer
van Lucia’s gewelf
die vertrouwde geur
trekt herinneringen
uit mijn lijf
in zacht kaarslicht
ontmoet ik
mijn kindergezicht
misdienaar met
wierook, water en wijn
het koor, de donkere
orgelklanken…
ik ben weer even daar…
samen,
alleen,
met velen,
met niemand
kijk naar ze
geknield, bezield
biddend met
gevouwen handen
op
harde, houten banken
ik vond mezelf
weer even terug
onder haar schemergewelf
soms is zij open
maar…
ik kan altijd binnen lopen
de adem van die tijd
zit vast in mijn longen
ik voel haar hart
nog altijd slaan
ik loop naar buiten
oude adem schuurt.
in het nieuwe licht
van het heden
kijk ik om
in de schemer van
een onvolmaakt verleden
Antoon van Lanen
Ravenstein:
De kerk hoorde bij mijn jeugd, zoals de school en het voetbalveld. Het was er gewoon… Later kwam de twijfel, kwamen er vragen waarop antwoorden uitbleven. In ‘Daarachter’ kijk ik terug op die katholieke wereld, met de Sint Luciakerk als middelpunt.