hoog zomer


hoog zomer

stof plakt
aan vel en been
geen wind, geen zucht
mijn adem gloeit
en….
in trillende
vlammende lucht
verdamp ik

 

om mij heen
een zee van bloot
verkleurt zacht
in vurig rood
op terras
jengelt kroost
men eet,
men drinkt,
en bloost

 

in gepeperde zuurstof
zwijgen vogels
in dor, koel hout.
straks waait
een laatste vlinder
de zomer uit
op kille avondwind

 

aan de horizon snijden
de eerste windvlagen
als een zwaard
de zwoele lucht
binnenkort verlangen we
weer naar de zon
allang vergeten
hoe hard zij steken kon

Antoon

‘hoog zomer’ vangt het moment waarop de zomer haar hoogtepunt bereikt en ongemerkt alweer begint te verdwijnen.