
de windbruid
de windbruid
het bootje
doezelde in armen
van zoete zomerwind.
het gewiegde bruidje
schommelde licht.
in de stille haven
streelde
een bleke zon
haar zilverzachte huid
soms wil zij aan de haal
spant haar bruidsjurk
aan de paal
stuurt lieve ogen
als van een kind
naar de bolle wangen
van haar wind
zij staat voorop
en kijkt
hoe het water
voor haar wijkt
samen hand in hand
laten zij het land.
wind blaast zijn bruid
de waterstraat weer uit
hij duwt haar zacht
alsmaar voort
tot in de schemer
van de nacht.
zij strijkt haar zeil
van de mast
haalt het kleed weer
van haar bast
hij gaat liggen
zonder longen
ze delen de nacht
in kalm watergeluid
de wind en de bruid
Antoon van Lanen 2026
Een bootje ligt te wiegen in de haven.
De wind wordt haar geliefde en samen varen ze de nacht tegemoet.